Verander bedragen en keuzes, bekijk wat er gebeurt en vergelijk de uitkomsten. De simulaties zijn voorbeelden om het verhaal beter te begrijpen, geen persoonlijk advies.
Waar zie je pensioen terug op je loonstrook?
Verken hoe loon, pensioenpremie en de drie pensioenpijlers zich tot elkaar verhouden. Bedragen zijn voorbeelden en geen berekening van je nettoloon.
Interactieve leerroute · belastingjaar 2026
Begrijp je loonstrook en pensioen
Volg vier korte lessen. Lees de regel, beantwoord de vraag en bekijk direct waarom het antwoord klopt.
0 van 4 lessen goed beantwoord
Les 1 van 4
Van brutoloon naar nettoloon
De werkgever houdt loonheffing in op je loon en draagt die af. Loonheffing is een voorheffing op inkomstenbelasting en bestaat, afhankelijk van je situatie, ook uit premies volksverzekeringen. Premies voor werknemersverzekeringen zijn meestal werkgeverslasten, geen inhouding op jouw nettoloon.
Wie draagt de loonheffing op je loon af aan de Belastingdienst?
Je kunt lessen opnieuw bekijken en antwoorden aanpassen.
Educatieve uitleg, geen persoonlijk belastingadvies. De 2026-regels en tabellen kunnen wijzigen; controleer voor een echte berekening altijd de actuele officiële informatie.
Verdieping · probeer het zelf
Wat gebeurt er met de pensioenpremie?
De percentages voor het werkgeverspensioen zijn voorbeelden. Pas ze aan om te zien wat er met de bedragen gebeurt.
Voor dit rekenvoorbeeld worden beide percentages toegepast op het volledige bruto maandloon. Een echte pensioenregeling kan een andere premiegrondslag en afspraken hebben.
€ 4.000,00
€ 1.500,00€ 10.000,00
5%
0%15%
10%
0%25%
€ 150,00
€ 0,00€ 1.000,00
Vereenvoudigde voorbeeldstrook
Je loon en pensioenpremie
Bruto maandloon
€ 4.000,00
Werknemersdeel pensioenpremie (5%)
− € 200,00
Bruto na werknemerspremie (vóór loonheffing)
€ 3.800,00
Werkgeversdeel pensioenpremie (10%)
+ € 400,00
Eigen aanvulling vanuit je nettoloon
€ 150,00
Dit is geen nettoloonberekening. Loonheffing, heffingskortingen, vakantiegeld en andere inhoudingen zijn niet meegenomen.
Wat vertelt deze strook over pensioen?
Drie pijlers, drie verschillende geldstromen
Een loonstrook laat vooral zien wat er met loon en eventuele pensioenpremie gebeurt. De drie pensioenpijlers worden niet op dezelfde manier opgebouwd of betaald.
Pijler 1
AOW
Geen aparte regel
per maand in dit voorbeeld
De AOW is de wettelijke basis. Je bouwt geen persoonlijke AOW-pot op met een bedrag dat op je loonstrook staat.
De AOW wordt landelijk gefinancierd uit belasting- en premie-inkomsten. De loonstrook vermeldt meestal geen aparte persoonlijke AOW-inleg.
Pijler 2
Via je werkgever
€ 600,00
per maand in dit voorbeeld
In dit voorbeeld gaat deze maand dit bedrag aan pensioenpremie naar de pensioenregeling.
Jij draagt € 200,00 bij; je werkgever legt € 400,00 in. De regeling en premiegrondslag verschillen per werkgever.
Pijler 3
Zelf aanvullen
€ 150,00
per maand in dit voorbeeld
Dit is de eigen maandelijkse aanvulling die je hierboven instelt, bijvoorbeeld sparen of beleggen voor later.
Een lijfrente kan onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar zijn als je voldoende jaarruimte of reserveringsruimte hebt. Gewoon sparen of beleggen werkt fiscaal anders.
Pensioenopbouw via je werkgever
Pensioengevend salaris min franchise geeft de pensioengrondslag. De regeling bepaalt hoe de premie wordt berekend en verdeeld tussen werknemer en werkgever.
Oefen met een voorbeeldregeling
Van salaris naar maandpremie
Verander de voorbeeldbedragen. De premiepercentages, pensioengrondslag en franchise van jouw eigen regeling kunnen anders zijn. Dit rekent alleen een fictieve premie op basis van een jaarsalaris; het berekent niet hoeveel pensioen je later krijgt.
Voorbeeld per jaar
Pensioengevend salaris
€ 48.000,00
Franchise
− € 18.000,00
Pensioengrondslag
€ 30.000,00
Totale premie (20%)
€ 6.000,00
Werknemersdeel (30%)
€ 1.800,00
Werkgeversdeel (rekenkundig restant)
€ 4.200,00
Gebruik je regeling, UPO of pensioenportaal voor echte bedragen. Premie is niet één-op-één je latere pensioenuitkering: regels, verzekeringen, kosten en beleggingsresultaten tellen ook mee.
Pensioen en tijd
Wat doet vroeg beginnen?
Vergelijk een vroege en late start. Rendement is onzeker; de bedragen zijn voorbeelden, geen voorspelling of garantie.
Wat doet vroeg beginnen met € 1.000?
Vroege inleg
Beginleeftijd
25 jaar
Looptijd
40 jaar
Eigen inleg
€ 1.000,00
Eindwaarde
€ 7.039,99
Rendement
€ 6.039,99
Late inleg
Beginleeftijd
55 jaar
Looptijd
10 jaar
Eigen inleg
€ 1.000,00
Eindwaarde
€ 1.628,89
Rendement
€ 628,89
Verschil: € 5.411,09
De vroege inleg wordt ongeveer 4,32 keer zo groot.
Vroeg: € 7.039,99
Laat: € 1.628,89
Dezelfde € 1.000,00. Toch ontstaat een verschil van € 5.411,09. Niet doordat er meer geld is ingelegd, maar doordat de eerste inleg langer de tijd kreeg om te renderen.
Wat doet maandelijks € 200 inleggen?
Beginnen op 25 jaar
Beginleeftijd
25 jaar
Looptijd
40 jaar
Eigen inleg
€ 96.000,00
Eindwaarde
€ 296.504,92
Rendement
€ 200.504,92
Beginnen op 45 jaar
Beginleeftijd
45 jaar
Looptijd
20 jaar
Eigen inleg
€ 48.000,00
Eindwaarde
€ 81.160,90
Rendement
€ 33.160,90
Wie vroeg begint, legt in dit voorbeeld meer geld in. Het eindvermogen wordt ongeveer 3,65 keer zo groot. Dat komt doordat de eerste stortingen langer kunnen renderen en ook het behaalde rendement opnieuw kan renderen.
Drie rekenscenario's bij € 200 per maand
Voorzichtig
3%
40 jaar: € 183.437,99
20 jaar: € 65.370,89
Midden
5%
40 jaar: € 296.504,92
20 jaar: € 81.160,90
Gunstig
7%
40 jaar: € 494.308,40
20 jaar: € 101.507,28
Dit zijn rekenvoorbeelden, geen voorspellingen. Rendement is onzeker en kan hoger of lager uitvallen. De bedragen zijn nominaal en niet gecorrigeerd voor inflatie of belasting. Officiële pensioenuitvoerders gebruiken hun eigen voorgeschreven scenarioberekeningen.
Gelukkig hoef je niet zelf het volledige risico te dragen
Zelf beginnen met opbouwen is belangrijk, maar je pensioen hangt in Nederland meestal niet alleen af van je eigen spaar- of beleggingsrekening. Het pensioenstelsel bestaat uit drie pijlers. De AOW biedt een wettelijke basis. Veel werknemers bouwen daarnaast pensioen op via hun werkgever. Wat daarna nog ontbreekt, kun je mogelijk zelf aanvullen.
Belangrijke nuance: dat betekent niet dat pensioen zonder risico is. De hoogte van pensioen kan veranderen. In pensioenregelingen via werkgevers worden financiële risico's echter gezamenlijk gedragen en kunnen reserves worden gebruikt om tegenvallers te dempen. Bij individueel sparen of beleggen draag je doorgaans meer zelf het risico van rendement, kosten en timing.
Lees wat deze fiscale begrippen betekenen en welke gegevens bij een berekening van belang kunnen zijn.
Jaarruimte
Jaarruimte kijkt naar je pensioentekort. Voor de jaarruimte van een bepaald belastingjaar zijn gegevens uit het voorafgaande jaar nodig, waaronder je inkomen en pensioenaangroei.
Tenminste... totdat je ontdekt dat miljoenen Nederlanders precies hetzelfde dachten.
Interactief oefenlab
Probeer het zelf
Pas bedragen en scenario's aan. De voorbeelden helpen je verbanden ontdekken, maar voorspellen niet je persoonlijke belasting of pensioen.
MODULE 3 · SIMULATOR
Krijg ik terug of moet ik bijbetalen?
Vul een fictieve jaarafrekening in. Een aangifte is in werkelijkheid uitgebreider en houdt rekening met persoonlijke gegevens en de regels voor dat jaar.
Terug in dit voorbeeld: € 500
Er is meer loonheffing betaald dan de uiteindelijke belasting.
MODULE 4 · AOW-SIMULATOR
Hoeveel verzekerde jaren tel ik?
De vereenvoudigde vuistregel is 2% per verzekerd jaar in de opbouwperiode van 50 jaar vóór je AOW-leeftijd. Pas de slider aan om te zien wat verzekerde jaren betekenen.
80% van volledige opbouw
Gemiste verzekerde jaren: 10. Volgens deze vuistregel verlaagt elk onverzekerd jaar de opbouw met ongeveer 2 procentpunt.
Dit is alleen de opbouwvuistregel, geen eurobedrag of rechtentoets. Wonen en werken, verzekeringsstatus, verdragen en vrijwillige verzekering kunnen verschil maken. Vraag je eigen overzicht op bij de SVB. Een jaar zonder inkomen kan toch een verzekerd jaar zijn; meer premie betalen geeft niet vanzelf meer AOW.
Stap in de route
Werkenden van nu
dragen bij
→
Ontvanger / route
Belastingdienst
int premie
→
Stap in de route
AOW-fonds en begroting
financieren samen
→
Stap in de route
SVB
voert uit
→
Stap in de route
AOW-gerechtigden
ontvangen AOW
MODULE 5 · RENDEMENTSSIMULATOR
Wat kan maandelijks inleggen op termijn doen?
Eigen inleg samen
€ 84.000
Rekenkundige eindwaarde
€ 221.693
Niets extra's inleggen
Extra inleg in dit voorbeeld: € 0. Andere pijlers, zoals AOW en een bestaande werkgeversregeling, kunnen wel verder opbouwen.
Vandaag extra beginnen
Bij € 200 per maand is je totale voorbeeldinleg na 35 jaar € 84.000; de rekenkundige eindwaarde is € 221.693. Rendement is onzeker en de uitkomst is geen voorspelling.
Geen voorspelling of garantie. Dit model rekent met vaste maandinleg en rendement, zonder inflatie, veranderende inleg, belastingen, productkosten of koersschommelingen. Een goed of slecht rendement is niet voorspelbaar. Beginnen geeft rendement meer tijd, maar kies een risico dat bij je past.
MODULE 7 · VERGELIJKEN
Drie routes voor geld later
Vrij sparen
Handig om te weten: Meestal eenvoudig opneembaar; handig voor buffer en doelen dichtbij.
Let op: Rente kan lager zijn dan inflatie; vrij vermogen kan in box 3 meetellen.
Pensioen via werk
Handig om te weten: Regeling via werk met premie en opbouw volgens de afspraken.
Let op: Niet vrij opneembaar zoals een bankrekening; resultaat en bescherming volgen de regeling.
Zelf beleggen of lijfrente
Handig om te weten: Je kiest zelf hoe je aanvult; een kwalificerende lijfrente kan fiscale ruimte hebben.
Let op: Beleggen kan dalen; product, kosten, belastingregels en voorwaarden verschillen.
Een buffer voor onverwachte kosten vraagt vaak om toegankelijk geld. Pensioengeld heeft meestal een bestemming voor later. Denk daarom niet alleen aan rendement, maar ook aan risico, kosten, toegang en bescherming.
MODULE 8 · BOX-3-OEFENING
Welke bezittingen kunnen bij vermogen horen?
Vul fictieve bedragen in. De oefening telt ze op om vermogen te bespreken, maar berekent geen belastbaar bedrag of belasting.
Opgetelde voorbeeldbezittingen
€ 12.000,00
Dit bedrag is geen box-3-belastinggrondslag. Vrijstellingen, schulden, waardering en de regels van het betreffende jaar zijn hier niet verwerkt. Een eigen woning valt meestal in box 1; box-3-regels kunnen veranderen.
MODULE 10 · GELDSTROMENKAART
Kies een route door Nederland
Selecteer een partij. De kaart laat voorbeelden zien van geld dat binnenkomt en waar publieke uitgaven aan bijdragen. Bedragen op een loonstrook zijn niet individueel geoormerkt aan een van deze bestemmingen.
Stap in de route
Huishoudens, werkgevers, bedrijven en consumenten
Betalen verschillende belastingen en premies; welke partij betaalt, hangt af van de heffing.
→
Ontvanger / route
Belastingdienst
Ontvangt belastingen en bepaalde premies. Andere geldstromen kunnen naar fondsen, pensioenuitvoerders of verzekeraars lopen.
→
Stap in de route
Gezamenlijke publieke uitgaven
De bestemming hangt af van de regeling. Publieke uitgaven komen uit gezamenlijke middelen.
🤝
Inkomen en zekerheid
AOW, WW, WIA, bijstand en toeslagen
♡
Zorg
Zorg, langdurige zorg en publieke gezondheid
▤
Leren
Scholen, mbo, hbo en universiteiten
⌂
Leefomgeving
Wegen, water, gemeenten en openbaar vervoer
⬡
Samen veilig
Politie, rechtspraak en defensie
Voorbeelden van gezamenlijke publieke uitgaven; dit is geen verdeling van jouw specifieke euro en ook geen vast percentage.
MODULE 9 · OVERZICHT
Volg de route per regeling
Dit is een vereenvoudigde routekaart, geen juridisch schema. Premie-inning, fonds, financiering en uitvoering verschillen en kunnen meerdere partijen omvatten.
Regeling
Wie betaalt?
Fonds / financieringsbron
Wie int?
Wie voert uit?
Wie ontvangt?
AOW
Verzekerden en algemene middelen
AOW-fonds / begroting
Belastingdienst
SVB
Gerechtigde oudere
Anw
Premies volksverzekeringen
Premie volksverzekeringen
Belastingdienst
SVB
Naaste die aan voorwaarden voldoet
WW
Premies werknemersverzekeringen, vooral werkgevers
Sectorfonds / Algemeen Werkloosheidsfonds
Belastingdienst
UWV
Werkloze werknemer die aan voorwaarden voldoet
WIA
Premies werknemersverzekeringen
Arbeidsongeschiktheidsfonds en andere UWV-fondsen
Belastingdienst
UWV
Werknemer die aan voorwaarden voldoet
Wajong
Publieke middelen
Rijksbegroting
Rijksbegroting
UWV
Jongere die aan voorwaarden voldoet
Wlz
Premies en publieke middelen
Fonds langdurige zorg
Belastingdienst en CAK, afhankelijk van bijdrage
Zorgkantoren en CAK
Verzekerde met langdurige zorgbehoefte
Zvw
Nominale premie en werkgeversheffing zijn aparte geldstromen
Zorgverzekeraars / Zorgverzekeringsfonds
Verzekerde, werkgever en Belastingdienst
Zorgverzekeraar
Verzekerde/patiënt
Kinderbijslag
Publieke middelen
Rijksbegroting
Rijksbegroting
SVB
Ouder/verzorger die recht heeft
Bijstand
Gemeentelijke middelen en rijksbijdragen
Gemeentebegroting
Gemeente
Gemeente
Inwoner die aan voorwaarden voldoet
Bij de Zvw zijn de nominale zorgpremie die de verzekerde betaalt en de werkgeversheffing twee verschillende geldstromen. Regels en verantwoordelijkheden kunnen wijzigen; gebruik dit overzicht om vragen te stellen, niet als individueel besluit.
MODULE 11 · SORTEEROEFENING
Zet elke organisatie bij een CBS-sector
Kies een organisatie en klik op een sector, of sleep haar naar een vak. Meerdere organisaties kunnen bij dezelfde sector horen. Deze voorbeelden zijn vereenvoudigd; officiële indelingen volgen de statistische kenmerken van de instelling.
0 van 9 organisaties goed geplaatst
S.11 · Niet-financiële vennootschappen
Selecteer een organisatie hierboven
S.12 · Financiële instellingen
Selecteer een organisatie hierboven
S.13 · Overheid
Selecteer een organisatie hierboven
S.14 · Huishoudens
Selecteer een organisatie hierboven
S.15 · Instellingen zonder winstoogmerk voor huishoudens
Selecteer een organisatie hierboven
S.11 niet-financiële vennootschappen · S.12 financiële instellingen · S.13 overheid · S.14 huishoudens · S.15 instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens. Een pensioenfonds valt in deze indeling doorgaans onder S.12, niet S.13.