Hoofdstuk 2 · Inkomen voor later
0 van 11 lessen afgerond · 0%
Pensioen via werk: van premie naar vermogen
Je latere inkomen kan uit meerdere bronnen bestaan. Ze verschillen in opbouw, uitvoerder en de invloed die je er zelf op hebt.
Begrijp het verhaal
De uitleg
- 1
Eerst de pensioenpijlers uit elkaar houden
Pijler 1 is de wettelijke AOW, pijler 2 is pensioen via een werkgever en pijler 3 is een eigen aanvulling. Ze kunnen naast elkaar bestaan, maar werken niet als drie gelijke persoonlijke spaarpotten.
- 2
Pijler 2: opbouwen via werk
Een werkgever kan verplicht of vrijwillig bij een regeling zijn aangesloten. De regeling en uitvoerder staan op je pensioenoverzicht. Jij en je werkgever betalen mogelijk allebei premie; de afspraken verschillen.
- 3
Van salaris naar premie
Pensioengevend salaris − franchise = pensioengrondslag. De franchise is het deel waarmee de regeling rekening houdt met de AOW. De regeling bepaalt vervolgens hoe premie of pensioenopbouw aan die grondslag wordt gekoppeld.
- 4
Wie voert het uit en waar wordt belegd?
Een bedrijfstakpensioenfonds bedient een bedrijfstak (zoals ABP bij overheid en onderwijs, PFZW in zorg en welzijn, PMT in metaal en techniek, of bpfBOUW in de bouw). Een ondernemings- of algemeen pensioenfonds, verzekeraar of premiepensioeninstelling (PPI) kan ook uitvoeren. Pensioenfondsen vallen in de nationale rekeningen doorgaans onder S.12 financiële instellingen, niet S.13 overheid. Dit statistische label betekent niet dat iedere pensioenregeling hetzelfde is.
- 5
Vermogen en risico
Pensioenpremies worden belegd en vormen pensioenvermogen binnen de regeling. Beleggen kan groei opleveren, maar ook tegenvallen. Kosten, premie, regels en beleggingsresultaten beïnvloeden de uitkomst. Het vermogen is onderdeel van de collectieve regeling; het is niet hetzelfde als vrij opneembaar spaargeld.
Controleer jezelf