Hoofdstuk 4 · Geld in de samenleving

0 van 11 lessen afgerond · 0%

LES 115 minutenHoofdstuk 4 van 4

Wie hoort bij welke CBS-sector?

Het CBS deelt instellingen voor statistieken in vijf institutionele sectoren in. Die indeling helpt geldstromen in de economie te beschrijven; het is geen dagelijkse naam voor een organisatie.

1Je herkent de vijf sectorcodes S.11 tot en met S.15.2Je kunt overheidsinstellingen onderscheiden van financiële instellingen.3Je weet dat de institutionele sectorindeling geen uitvoerder of betaler aanwijst.
1

Begrijp het verhaal

De uitleg

  1. 1

    De vijf sectoren

    S.11 niet-financiële vennootschappen; S.12 financiële instellingen; S.13 overheid; S.14 huishoudens; S.15 instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens.

  2. 2

    Voorbeelden goed plaatsen

    Een doorsnee werkgever valt vaak onder S.11; banken, verzekeraars en pensioenfondsen onder S.12; ministeries, gemeenten, UWV en SVB behoren tot de overheidssfeer S.13. Huishoudens zijn S.14 en zelfstandige non-profitorganisaties voor huishoudens kunnen S.15 zijn. Het CBS bepaalt de precieze indeling op basis van institutionele kenmerken.

  3. 3

    Waarom pensioenfondsen S.12 zijn

    Pensioenfondsen beheren financiële aanspraken en worden in de nationale rekeningen doorgaans als financiële instellingen (S.12) geclassificeerd. Dat ze een maatschappelijke of wettelijke taak hebben, maakt ze niet automatisch onderdeel van de overheid (S.13).

2

Controleer jezelf

Kennischeck

1. Bij welke institutionele sector worden pensioenfondsen doorgaans ingedeeld?
2. Welke code staat voor huishoudens?
Oefen met organisaties en sectoren