Interactieve infographic

Waar gaat het geld van werknemer en werkgever naartoe?

Een werknemer ziet inhoudingen op het loon, terwijl een werkgever daarnaast eigen premies en werkgeverslasten betaalt. Volg de verschillende geldstromen naar de Belastingdienst, pensioenuitvoerder, SVB, UWV en de uiteindelijke voorzieningen.

Let op het verschil tussen innen en uitvoeren

De organisatie die een bedrag int, is niet altijd dezelfde organisatie die de regeling uitvoert of de uitkering betaalt.

Pensioen op je loonstrook

Bekijk met een interactieve voorbeeldstrook hoe de drie pijlers verschillen: AOW, pensioen via je werkgever en zelf aanvullen.

Probeer de loonstrooktool →

Eerst het onderscheid

Betalen, innen en uitvoeren zijn verschillende rollen

Een geldstroom loopt niet altijd rechtstreeks van je loon naar een uitkering. Een werkgever of werknemer kan betalen, de Belastingdienst kan heffen en een andere organisatie kan de regeling uitvoeren. Bij werkgeverspensioen kan een pensioenfonds, verzekeraar of PPI de regeling uitvoeren en het vermogen beleggen.

1. Wie betaalt?

Werknemers en werkgevers kunnen verschillende bedragen bijdragen. Welke partij betaalt hangt af van de regeling en het soort premie.

2. Wie int of beheert?

De Belastingdienst verwerkt belasting en veel premies. Een pensioenuitvoerder beheert een werkgeversregeling; dat zijn verschillende taken.

3. Wie voert uit?

De SVB voert onder meer de AOW uit, het UWV voert werknemersverzekeringen uit en pensioenuitvoerders verzorgen regelingen via werkgevers.

Partijen horen bij verschillende sectoren

Huishoudens, werkgevers en andere bedrijven, de overheid, financiële instellingen en maatschappelijke organisaties spelen elk een andere rol. Dit zijn groepen om organisaties te begrijpen, geen vaste opeenvolgende stappen in iedere geldstroom.

AOW en sociale zekerheid

AOW-premies en publieke middelen dragen bij aan de wettelijke basisvoorziening. De AOW is geen persoonlijke beleggingspot; de SVB verzorgt de uitvoering. Voor werknemersverzekeringen lopen werkgeverspremies via een andere route en voert het UWV uitkeringen uit.

Lees over AOW

Pensioen via je werkgever

Premies van werknemer en werkgever gaan naar de uitvoerder van de regeling. Inleg, beleggingsresultaten, kosten en eventuele verzekeringen beïnvloeden samen de uitkomst. Premiesplitsing en dekking verschillen per regeling.

Bekijk de tweede pijler

Zelf aanvullend opbouwen

Een lijfrente of pensioenspaarproduct is vrijwillig. Stortingen kunnen binnen de fiscale voorwaarden aftrekbaar zijn; belasting wordt dan uitgesteld, niet afgeschaft. Jaarruimte en reserveringsruimte hangen af van je gegevens en het belastingjaar.

Lees over jaarruimte

Ook zorgpremies hebben verschillende routes: een werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet is niet hetzelfde als de nominale zorgpremie die je zelf rechtstreeks aan je zorgverzekeraar betaalt.

Stap 1: kies een perspectief

Bekijk de betalingen vanuit de werknemer of vanuit de werkgever.

Stap 2: kies wat je wilt bekijken

Geldstroom

Klik op een onderdeel en volg daarna de knoppen in het uitlegvenster.

Selecteer hierboven een kaart

De eerste stap van de geldstroom verschijnt vervolgens hier.

Legenda

Betaler

Werknemer of werkgever

Premie of heffing

Bedrag dat wordt betaald of ingehouden

Inning

Organisatie die de afdracht ontvangt

Uitvoerder

Organisatie die de regeling uitvoert

Uitkering

Inkomen of voorziening voor de burger

Pensioen

Geldstroom naar de tweede pensioenpijler

Van geldstroom naar pensioen

Drie pijlers, drie verschillende routes

Bekijk hoe AOW, werkgeverspensioen en zelf aanvullen samenhangen. Je kunt daarna per onderwerp verder leren in de leerroute of een voorbeeld uitproberen in het oefenlab.

Drie bronnen

Je pensioeninkomen kan uit meerdere bronnen bestaan

Fictief bruto voorbeeld. Geen persoonlijk pensioenadvies.

Totaal: € 3.000,00 per maand

Niet iedere pijler is bij iedereen even groot. Sommige mensen hebben geen werkgeverspensioen. Anderen hebben minder AOW opgebouwd of regelen bewust een extra aanvulling.

Eerste pensioenpijler

Pijler 1: AOW als wettelijke basis

De AOW is het basispensioen van de overheid. Je bouwt hiervoor geen persoonlijke beleggingspot op. Voor ieder jaar waarin je binnen de opbouwperiode verzekerd bent voor de AOW, bouw je 2% van een volledige AOW-uitkering op.

De volledige opbouwperiode bestaat uit de vijftig verzekerde jaren voor je AOW-leeftijd. Na vijftig volledig verzekerde jaren bedraagt je AOW-opbouw 100%.

50 verzekerde jaren

100%

50 × 2% opbouw

0% ontbrekende opbouw

45 verzekerde jaren

90%

45 × 2% opbouw

10% ontbrekende opbouw

40 verzekerde jaren

80%

40 × 2% opbouw

20% ontbrekende opbouw

30 verzekerde jaren

60%

30 × 2% opbouw

40% ontbrekende opbouw

0 jaar25 jaar50 jaar

Bij 50 verzekerde jaren komt de berekende AOW-opbouw uit op 100%.

In deze vereenvoudigde berekening heb je een volledige AOW-opbouw.

Meestal ben je verzekerd wanneer je in Nederland woont of werkt. Internationale situaties kunnen anders uitpakken. De SVB bepaalt je officiële verzekerde jaren en AOW-opbouw.

Deze schuifregelaar geeft uitsluitend een vereenvoudigde indicatie op basis van 2% opbouw per verzekerd jaar.

Lees alles over pijler 1 en AOW →

Tweede pensioenpijler

Pijler 2: pensioen via je werkgever

Veel werknemers bouwen boven op de AOW pensioen op via een werkgever. De werkgever en werknemer kunnen daarvoor allebei een deel van de pensioenpremie betalen. De pensioenuitvoerder voert de regeling uit en belegt het geld.

Onder de nieuwe pensioenregels wordt duidelijker hoeveel premie namens een deelnemer wordt ingelegd en welk rendement daarop wordt behaald. Niet iedere pensioenregeling is al overgestapt. Tijdens de overgang kunnen oude en nieuwe regelingen naast elkaar bestaan.

  • Het pensioen is niet automatisch een vast percentage van je laatste salaris.
  • Eerder ingelegde premies kunnen langer renderen dan premies die vlak voor pensionering worden ingelegd.
  • Rendementen, kosten en economische ontwikkelingen beïnvloeden de uiteindelijke pensioenuitkomst.
  • Financiële risico's worden binnen de pensioenregeling gezamenlijk gedeeld.
  • Afhankelijk van de regeling kunnen reserves worden gebruikt om financiële tegenvallers gedeeltelijk te dempen.
  • Pensioen kan omhooggaan, maar kan bij tegenvallende resultaten ook lager uitvallen.
  • Tijdens de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel kunnen verschillende soorten pensioenregelingen naast elkaar bestaan.

Fictief premievoorbeeld

Tien jaar lang maandelijks inleggen met een fictief rendement van 5% per jaar.

Educatief voorbeeld
Werknemer per maand
€ 250
Werkgever per maand
€ 500
Totaal per maand
€ 750
Totaal per jaar
€ 9.000
Inleg na tien jaar
€ 90.000
Fictieve eindwaarde bij 5%
€ 116.462
Eigen bijdrage
€ 30.000
Werkgeversbijdrage
€ 60.000
Berekend fictief rendement
€ 26.462

Dit is alleen een rekenvoorbeeld. De berekening gaat uit van een constante maandelijkse inleg aan het einde van iedere maand en een fictief constant rendement van 5% per jaar. Werkelijke pensioenpremies, kosten, risicodekkingen, rendementen en de verdeling tussen werkgever en werknemer verschillen per regeling. Rendement is niet gegarandeerd.

Derde pensioenpijler

Pijler 3: wat je zelf regelt

Wanneer je AOW en werkgeverspensioen samen niet aansluiten bij je gewenste inkomen voor later, kun je mogelijk zelf een aanvullende voorziening opbouwen.

Dat kan bijvoorbeeld via een lijfrenteverzekering, een lijfrenterekening of een lijfrentebeleggingsrecht. Je kunt ook vrij sparen of beleggen, maar dat heeft andere fiscale eigenschappen.

A

Fiscaal pensioenproduct

  • Bedoeld om inkomen voor later op te bouwen.
  • De inleg kan onder voorwaarden aftrekbaar zijn in box 1.
  • De mogelijke aftrek is beperkt tot je persoonlijke jaarruimte en reserveringsruimte.
  • Het opgebouwde geld is gebonden aan fiscale voorwaarden.
  • Over de latere uitkeringen wordt inkomstenbelasting betaald.
  • Voortijdig afkopen of opnemen kan nadelige fiscale gevolgen hebben.
B

Vrij sparen of beleggen

  • De inleg is niet aftrekbaar via jaarruimte of reserveringsruimte.
  • Het geld is doorgaans vrijer beschikbaar.
  • Het vermogen kan, afhankelijk van je situatie, gevolgen hebben voor box 3.
  • Risico, kosten, beschikbaarheid en verwacht rendement verschillen per product.
  • Omdat het geld vrij beschikbaar is, kun je het ook eerder uitgeven.

Een storting in een pensioenproduct is niet automatisch aftrekbaar. Je hebt alleen recht op aftrek wanneer je aan de fiscale voorwaarden voldoet en voldoende jaarruimte of reserveringsruimte hebt. Gebruik voor je aangifte de officiële berekening en laat de uitkomst bij twijfel controleren.

Foto's

Een persoon op een ladder bij een gedicht op een muur
Een gedicht op een muur
Een fietsframe op de grond voor een muurschildering van schapen
Een fiets bij een muurschildering

Deze infographic geeft een vereenvoudigd educatief overzicht. De precieze premieheffing, verzekeringsplicht en uitkeringsvoorwaarden kunnen per persoon, werkgever, jaar en regeling verschillen.